Bereken medicatie


Extra info.


  • Fluimucil 5000mg/25ml amp (acetylcysteine): 
    Info:Intoxicatie met acrylonitril 150 mg/kg over 60 minuten,daarna 50 mg/kg over 4 uur. Nota: bij intoxicatie Fosgeen: Geef 5ml fluimucil(1000g) + 1ml Ventolin(5mg!) in aërosol !

  • Methyleenblauw 10mg/1ml amp: 
    info:Intoxicatie met aniline of nitrobenzeen met een methemoglobine > 30% 1 à 2 mg/kg over 5 à 10 minuten

  • Pyridoxine (adermine):(flacon2ml = 250mg): 
    Info: hoort bij vitamine B6-groep.antidote bij overdosis van isonicotinic acid hydrazide (isoniazid, INH), Gyromitra esculenta mushrooms, hydrazine, methylated hydrazines, and ethylene glycol. antidota

  • Cyanokit (hydroxocobalamine) 5g/flacon poederoplossing: 
    Info:Cyanide-intoxicatieStart met 5g over 30minuten. Gebruik berekeningstool!

  • Ethanol 96° 8g/10ml amp: 
    Info:Intoxicatie door methanol of ethyleenglycol 70mg/kg of 0,7g/kg

  • Valium:(diazepam) 
    Info:(niet langer in voorraad) behoort tot benzodiazepines, tegen angst, bij ontwenningskuur,spierspasmen,bepaalde stuipen,... Anexate is het antidote

  • Fentanyl 0,1mg/2ml (IM/IV): 
    Info:Staand order pijnmedicatie, matige tot ernstige pijn wanneer niet-narcotische analgetica onvoldoende zijn. 1 amp aanlengen met fysiologisch tot 10 ml, 1 ml/10 kg

  • Dipidolor (amp 2ml=20mg) (IM/IV): 
    Info:Pijnmedicatie i.o.v.arts, bij ernstige pijn wanneer combinatie fentanyl en paracetamol 1g onvoldoende zijn. 1 ampul aanlengen met fysiologisch tot 10 ml, 5mg IV, 15mg IM. Bij braken:geef 1amp. Litican IV (cave zwangerschap). Bij agitatie: geef 5mg Valium IV (traag) of kies voor Dormicum.

  • Ketalar 500mg/10ml flacon: 
    Info:Staand order pijnmedicatie. *Pijn:0,25-1 mg/kg *Anesthesie:(A/B- probleem):2 mg/kg

  • Fluimucil 5000mg/25ml amp (acetylcysteine): 
    Info:Intoxicatie met paracetamol 150 mg/kg over 60 minuten in 200ml, daarna 75 mg/kg over 4 uur in 500ml glucose 5%..

  • Levofolic 50mg/1ml:(folinezuur)  
    (zie verdovingskoffer/ijskast)
    Info:Intoxicatie met methanol (zie behandelingskaart) 1mg/kg (tot 50mg/dosis) om de 4 tot 6 uur.

Nexus-Criteria


  • Geen pijn bij palpatie van de posterieure middellijn van de CWZ
  • Geen focale neurologische uitvalsverschijnselen/afwijkingen
  • Normaal bewustzijn (cave: commotio cerebri en contusio cerebri)
  • Geen intoxicatie (alcohol, drugs)
  • Geen pijn door afleidend letsel (bv. brandwonden, breuken,...)
  •  Schema Immobilisatie   
Geen immobilisatie indien aan alle criteria voldaan.


  • AFKORTINGEN:
    • MIST: Mechanism of injury / Injury / Symptoms / Treatment / Respons of Treatment.
    • S-AMPLE: Symptomen /Allergieën / Medicatie / Past (anamnese) / Last Meal / Event.
    • GAST: Gezicht / Armen / Spraak / Tijd / = "FAST" check bij CVA-TIA.
    • ABCDE: Airway / Breathing / Circulation / Disability / Exposure.
    • START: Simple / Triage / And / Rapid / Treatment
    • HOTT: Haemorrhage / Oxygenation / Tension / Tamponade
    • MILS: Manuele In-Lijn Stabilisatie
    • RER: Rate /Effort /Regularity (snelheid, sterkte, regelmaat)
    • TCA: Traumatisch / Cardiaal / Arrest
    • PEARL: Pupils Equal And Reactive to Light
    • BBB: Buik / Bekken / Bovenbenen
    • NRS: Numeric Rating Scale (pijnschaal op 10)
    • PQRST: Provocing factors / Quality / Radiation / Severity / Time (uitlokkende factoren:kwaliteit, uitstraling, ernst, tijd)
    • RES: Rate / Effort / Symmetry (Snelheid,inspanning,symmetrie)
    • WAPA: Wakker / Aanspreekbaar / Pijngevoelig / A-reactief
    • GCS: Glascow / Coma / Schaal
    • BASF: Badische Anilin- &Soda-Fabrik
    • RPM: Respirations / Pulse / Mental
    • Triage = 4 factoren:
      • Abiliteit tot wegwandelen van de scene
      • Respirations:"30-2-can do"= respiratie kleiner of groter dan 30/min.
      • Pulse:Pols, radiaal of capillaire refill kleiner of groter dan 2 sec.
      • Mental status: Mentale status en mogelijkheid of onmogelijkheid om commando te volgen.

  • PNEUMODART:
    • De PneumoDart is een steriel hulpmiddel dat bestemd is voor inbrenging in het lichaam om de door een spanningspneumothorax veroorzaakte lucht uit de pleuraholte te verwijderen.
    • Kies de plek waar de naald dient te worden ingebracht door de tweede intercostale ruimte op de anterieure borstkas bij de mid-claviculaire lijn aan de kant van het lichaam waar het letsel zich bevindt, vast te stellen. (AFB. 1)
      Sample photo
    • Reinig de plek waar de naald zal worden ingebracht met een antibacteriële oplossing.
    • Controleer of de veiligheidsverzegeling intact is. Gebruik het product niet indien de verzegeling niet intact is.
    • Draai terwijl u de PneumoDart® stevig vasthoudt aan de zeshoekige dop om de verzegeling te doorbreken en haal de dop eraf.
    • Haal de PneumoDart®-naald uit zijn omhulsel.
    • Breng de naald in op de superieure rand van de derde rib bij de mid-claviculaire lijn. Voer de naald onder een hoek van 90º ten opzichte van de borstkaswand op naar de intercostale ruimte en zorg ervoor dat deze niet mediaal aan de tepellijn en niet richting het hart wordt ingebracht.
    • De veerbelaste, terugtrekbare veiligheidspunt (AFB. 3)
      Sample photo
      trekt zich terug als de naald door de borstkaswand wordt opgevoerd en schuift automatisch uit als deze de pleuraholte bij een pneumothorax binnenkomt.
    • Visuele indicator voor de naaldpositie (AFB. 4)
      Sample photo
      Als de PneumoDart de pleuraholte binnenkomt, klikt de groene indicator naar beneden en hoort u een plotselinge ontsnapping van lucht door decompressie van de spanningspneumothorax.
    • Zet het hulpmiddel vast volgens de manier die u is aangeleerd. Houd in de gaten of er niet opnieuw een spanningspneumothorax ontstaat en of de patiënt goed kan blijven ademhalen.
    • Bekijk deze instructie:  Video
    • Opmerking: Elk ernstig incident dat zich in verband met het hulpmiddel voordoet moet worden gemeld bij de fabrikant en de bevoegde autoriteit waar de gebruiker/patiënt is gevestigd.

Gewicht patiënt en welke dosis/kg is aangewezen?
   
Inhoud flacon of amp.? Hoeveel mg bevat het?
   
    
   
Let op : gebruik een decimaal punt ipv komma)

Medical Countermesures (online)



Aandacht




GCS Ogen(4)  -  Verbaal(5)  -  Motoriek(6)


Ogen openen

  1. = Spontaan
  2. = Op commando
  3. = Na pijnprikkel
  4. = Niet openen

Verbale respons

  1. = Georiënteerd
  2. = Verward
  3. = Onsamenhangend
  4. = Onduidelijke geluiden
  5. = Geen respons

Motoriek

  1. = Volgt bevel op
  2. = Lokaliseert pijnprikkel
  3. = Trekt terug bij pijn
  4. = Abnl.flexie extremiteiten bij pijnprikkel (decorticatie)
  5. = Abnl.extensie extremiteiten bij pijnprikkel (decerebratie)
  6. = Geen respons


Nieuw


  • I-gel   The supraglottic airway with a non-inflatable cuff
  • I-gel POSTER  
  • Procedure Productongevallen  
  • Letselcode bij productcontact  
  • Code 62 (chemische verbranding – corrosie) dient enkel gebruikt te worden wanneer er sprake is van een 2° of 3° graads letsel door blootstelling aan een product met H-zin H314 of H315. Code 62 is voor de preventiedienst de trigger om een omstandig verslag op te maken. Gaat het om een 1° graads letsel na productcontact dan gebruik je beter bijv. code 11 (oppervlakkige letsels). Code 71 gebruik je best enkel wanneer er sprake is van systemische opname en veralgemeende effecten.